Inhoud → Rocrail-Objecten → Wissels
Je kunt maximaal 4 sensoren combineren met een wissel.
Het tweede paar melders wordt gebruikt voor een tweede motor of wisselspoel.
Het is aan te bevelen voor langzaam bewegende wissels wisselstand terugmelders te gebruiken.
De rijweg wordt pas gezet als alle meldingen ontvangen zijn.
De achtergrond van het wissel wordt rood als de stand niet klopt met de terugmeldingen.
Gebruik de opdracht Init Field na het starten van Rocrail of schakel het wissel handmatig.
Alle vier de sensoren kunnen geselecteerd worden uit een selctielijstje.
Selecteer met min "-" voor "geen" selectie.
Het wissel krijgt zijn opdracht na het ontvangen van de juiste meldingen (indien vast gelegd).
Dit werkt ook als het wissel handmatig wordt gestuurd en de melders mechanisch zijn gekoppeld aan het wissel.
Als dit vinkje gezet is wordt de "off" melder gebruikt. Gebruik dit bijvoorbeeld als de MGV84 wordt gebruikt, die heeft 1 melder per servo; on betekent wissel omgelegd.
Hoe je een melder aansluit aan de wissel wordt meestal uitgelegd in de gebruikershandleiding van uw meldermodule.
Indien de wisselaandrijving eindschakelaars heeft, dan kun je die direct aan de module aansluiten.
Sommige wisselaandrijvingen zijn voorzien van extra contacten voor meldingen zoals bijvoorbeeld Hoffmann.
Voordat een trein gaat rijden moeten alle wissels in de juiste stand zijn gezet. De trein wacht tot alle posities teruggemeld zijn. Bij een enter melding remt de trein af tot V_mid als niet alle wissels in de goede stand staan en de trein stopt bij de in melder als alle wissels nog niet gezet zijn.
Een wisselsymbool wordt gezet als de terugmelding is ontvangen. Bij trage wissels kan het wel 1 tot 2 seconden duren.
Centrale verkeersleiding.
Deze optionele adressen worden gebruikt voor het aansturen van wisselmotoren als CTC wordt gebruikt.
Het instellen van de parameters is gelijk aan die van de melders.
Een spoel met twee elektromagneten wordt als één motor beschouwd.
Zie ook voor meer informatie:
Input (sensor) adressen voor het aansturen van de schakelmotoren.
Uitgangsadressen voor het aansturen van de leds op de CTC of schakelpaneel om de actuele schakelaar standen weer te geven.
Voor elke motor wordt één uitgang gebruikt.
Selectie van drie uitgangen voor de aansturing van RGB-LED's voor de verlichting van de drie railbenen van een wisselsymbool in een bedieningspaneel. Kleurondersteuning moet worden geactiveerd in de eigenschappen van de uitgangen.
Als u op de knoppen klikt, wordt een dialoogvenster geopend waarin u de weer te geven kleur kunt instellen.
De schakelaar achtergrond wordt omgewisseld naar Rood als de status niet overeenkomt met het sensorrapport (en).
Gebruik Init Field of draai de schakelaar handmatig om de status bij het opstarten bij te werken.
De achtergrond van de schakelaar wordt omgewisseld naar Lichtrood , dezelfde kleur als van een bezet blok, als het is vergrendeld en ingesteld.