Inhoud → Rocrail Server → Initialisatie
In traces wordt het programma verloop vastgelegd zodat zichtbaar wordt wat er gebeurd, dit kan nodig zijn om problemen op te lossen. Traces kunnen op de navolgende verschillende nivo's worden gemaakt .
Voor beter presteren van het programma kunnen de trace niveau's worden uitgeschakeld. |
Voor het bekijken van alle Rocrail-serveractiviteiten; Beter om uit te schakelen als alles goed werkt.
Deze mode laat in detail zien welke opdrachten er gegeven worden en is vooral handig voor het ontdekken van problemen als Rocrail in de auto modus draait.
Geeft aan waarom een locomotief of trein geen blok mag inrijden of een traject mag gebruiken.
Opmerking Een handige trace om te zien waarom een loc niet naar het volgende blok gaat.
Deze mode staat standaard uit en laat het dataverkeer zien naar de decoders en melders. Gebruik deze optie zorgvuldig want alle boodschappen worden naar Rocview gestuurd en dat kan zorgen voor stagnatie in het programma.
Zet deze optie uit als alle decoders en melders naar behoren werken.
Standaard is UIT.
Traceert de MVTrack-snelheid en BBT berekeningen.
Ook worden de eindresultaten van de Router getraceerd.
Extra trace voor als er geen bestemming wordt gevonden.
Standaard is UIT.
Extra trace van de Router.
Standaard is UIT.
Deze mode is speciaal voor de software ontwikkelaars en legt op byte nivo vast wat er in het automatiseringsproces tussen rocrail en het command station gebeurd.
Standaard is UIT.
Deze mode is speciaal voor de software ontwikkelaars en traceert als er extra geheugen wordt gealloceerd.
Standaard is UIT.
Maximaal aantal trace bestanden die worden gebruikt. Standaard is dit 3.
Als deze instelling op 0 of 1 wordt gezet zal er maar 1 trace bestand worden gebruikt. Dit bestand zal oneindig blijven groeien!
Maximale bestands grote in KB van de trace bestanden. Standaard is dit 100KB.
Voor het gebruik van de trace grote laat dit op 100KB.
Naam van de trace bestanden.
De bestanden krijgen een oplopend nummer.
Als dit veld leeg is, zullen er geen trace bestanden worden opgeslagen.
Locatie waar de trace bestanden worden opgeslagen.
Wanneer leeg gelaten zullen de bestanden in de werkruimte map worden opgeslagen.
20081018.150939.425 g9999I main render 1203 setting signal 8s11 to white
timestamp | app | code | level | thread | object | source line | message |
---|---|---|---|---|---|---|---|
20081018.150939.425 | g | 9999 | I | main | render | 1203 | setting signal 8s11 to white |
YYYYMMDD.HHmmSS.sss
Level | Code | Opmerking |
---|---|---|
TRCLEVEL_EXCEPTION | E | |
TRCLEVEL_INFO | I | |
TRCLEVEL_WARNING | W | |
TRCLEVEL_DEBUG | D | |
TRCLEVEL_BYTE | B | |
TRCLEVEL_METHOD | T | |
TRCLEVEL_MEMORY | M | |
TRCLEVEL_PARAM | A | |
TRCLEVEL_PROTOCOL | P | |
TRCLEVEL_ERROR | R | |
TRCLEVEL_PARSE | S | |
TRCLEVEL_WRAPPER | Z | |
TRCLEVEL_USER1 | a | auto mode |
TRCLEVEL_USER2 | b | HTTP |
TRCLEVEL_MONITOR | c | |
TRCLEVEL_XMLH | d | |
TRCLEVEL_CALC | v | |
TRCLEVEL_DEVELOP | q | |
TRCLEVEL_PERMISSION | p | Blok en rijweg permissie |
ID Range | Usage |
---|---|
2001…2099 | Model rijweg selectie |
4001…4199 | loc auto mode |
5001…5199 | Blok permissie |
4001…4199 | Rijweg permissie |
Zie ook: Trace Filter