Modules moeten worden aangemaakt met Rocrail in offline modus, zonder server verbinding en worden bewaard met een unieke bestandsnaam.
Wanneer een of meer modules onderdeel zijn van een vaste (onveranderlijke) sectie, zoals een station, dan moeten zijn als één logische module worden aangemaakt.
Elke module moet zijn eigen unieke object ID's hebben. Hierdoor moet een Symbool Prefix worden aangemaakt bij de eigenschappen voordat objecten worden toegevoegd:
Alle modules hebben vier logische zijden, die worden aangeduid met windrichtingen:
Een route op een module heeft als regel een windrichting en een blok. Wanneer er geen blok is gedefinieerd, dan worden beide windrichtingen gebruikt.
Het wordt aangeraden de Module routes handmatig in te voeren voor extra flexibiliteit. Richting pijlen zijn niet nodig maar kunnen nuttig zijn.
Wanneer de flexibiliteit net nodig is kan gebruik gemaakt worden van de routegenerator Router.
Elke module mag per module zijde maximaal 5 verbindingen hebben.
Module routes worden automatisch opgeheven, wanneer het overall baanplan (Modulen plan) wordt opgeheven.
Treinen zullen aan de rechterzijde alleen rijden via de volgende routes:
Van blok | Naar blok | Kruisend(e) blokken | Opdrachten |
---|---|---|---|
point-ws | 3b2 | - | 3t2=straight |
3b2 | point-es | - | 3t2=straight |
point-en | 3b1 | - | 3t1=straight |
3b1 | point-wn | - | 3t1=straight |
point-en | point-ws | 3b1, 3b2 | 3t1=turnout, 3t2=turnout |
Na het herstarten van de Werkruimte is er een leeg Module Sporenplan aangemaakt:
Met een rechtermuis klik in het lege sporenplan kunnen de eigenschappen van het moduleplan worden bekeken en aangepast:
Vrije tekst voor de module titel.
Deze tekst komt terug in de titelbalk van Rocview.
De subtitel wordt als aanduiding gebruikt van het module paneel.
Het XML-bestand dat alle loc-eigenschappen bevat.
Standaard: lc.xml
Het Route XML-bestand, default rt.xml.
De volgende objecten worden (niet afhankelijk van de module(s)) bewaard in en geladen vanuit het Route-bestand:
Schakelt alle wissels en seinen bij Startup naar de vooringestelde posities.
Staat toe dat de module bestanden worden opgeslagen.
Staat toe dat het (gehele) module plan wordt opgeslagen.
Gebruikt de routes als gedefinieerd in de modules.
Klik rechts op een leeg Module Plan en kies Module toevoegen (Add module):
Kies vervolgens met het keuzemenu voor het bestand en geef de module zijn ID.
Daarna zal de module worden getoond in het Modulen Plan:
Als eerste moet de "Bewerken spoorplan" ("Edit mode") aangezet zijn: Menu → Sporenplan → Bewerken Sporenplan (Menu → Track plan → Edit module plan)
De module dan dan gesleept worde met de muis naar een lege cel van het Moduleplan.
Met de rechter muisknop op de lege cel verschijnt een popup menu:
Kies de gewenste oriëntatie voor deze module.
Voor het aanmaken van kleuren in het Module Plan wordt verwezen naar: Track plan color
Klik met de rechtermuisknop op een lege cel van de te verwijderen module en kies Verwijderen spoorplan (Delete track panel) in het popup menu zal de betreffende module verwijderen uit het Module Plan.
De module wordt alleen verwijderd uit deze opstelling. Het xml-bestand van deze module wordt niet verwijderd |
Vrije tekst (titel) voor een module naam; Deze moet uniek zijn omdat de naam ook gebbruikt wordt bij het verwijderen van modules.
Module ID: dit is de unieke referentie voor alle acties met modules. Wees voorzichtig met wijzigen van deze ID, want het kan de module routes ongeldig maken.
Dit nummer wordt gebruikt voor de grafische weergave, positie, in de RocNetNode Dialog.
Het XML-bestand met de module definitie.
Module positie in het arrangement (baanplan).
De zijde vanb de module welke bovenaan staat wordt bepaald door de gekozen rotatie:
Nadat een aantal modules zijn toegevoegd aan het baanplan, moeten de verbindingen tussen de modules worden aangegeven.
Met een rechtsklik op een leeg module veld, kies je Module eigenschappen (Module properties) vanuit het popup menu en kies daarvan de Verbindingen-tab:
In dit voorbeeld heeft de linker module het ID m2 en de rechtermodule m4.
De module verbindingen voor de linker module (m2) komen aan de oostkant van m4.
De module verbindingen voor de rechter module (m4) komen aan de westkant van m2.
In dit voorbeeld is de linker module gedraaid en is de zuidzijde aan de bovenzijde geplaatst:
De verbindingen voor de linker module, m2, is nu aan de westkant m12.
De verbindingen voor de rechter module, m12, is nu aan de westkant m2.